Ken je dat gevoel, wanneer je onbewust al een tijdje met een vraag bezig bent, en het plots begint te dagen, en je overvallen wordt door een soort Eureka!-gevoel? Terwijl je niet eens echt aan het piekeren was?

Het overkwam me vorige week. De vraag die me onbewust bezig hield, was eigenlijk: "Hoe komt het dat het Engels zo populair is?" Men spreekt van 'het Engels opdringen aan het volk', maar is het niet het volk dat het Engels met open armen ontvangt? Met als melodie in het achterhoofd 'I love you baby', het zinnetje dat de voorbije decennia zowat het vaakst op de radio en televisie te horen was.

De vraag was dus: 'Hoe komt het toch?' Welnu, het antwoord is eenvoudig: het is een overwegend monosyllabisch taaltje. Met andere woorden: je hoeft niet over een enorm geheugen of uitzonderlijke intelligentie te beschikken om een mondje Engels te spreken. Nuance, om boze lezersbrieven te vermijden: de taal ook écht behéérsen is een ander paar mouwen, dat geef ik grif toe. Maar dat geldt voor élke taal, inclusief de eigen moedertaal. Begrijp me dan ook niet verkeerd: ik ben totaal niet tegen het Engels. Ik lees graag in het Engels, beluister ook engelstalige muziek e.d. Maar voor mij is het Engels slechts één van de duizenden talen die deze wereld rijk is. En ik hoop dat al deze talen zullen mogen voortbestaan, zonder te evolueren naar één enkele half-Engelse talensoep.

Uiteraard moet zulk een krasse uitspraak gestaafd worden, liefst met wetenschappelijke bewijzen. Deze zullen zeker gegeven worden. Maar laten we eerst even ons gezond verstand gebruiken. Hoe komt het bijvoorbeeld dat het Latijn niet tot in de lagere klassen van de maatschappij doordrong? Zou, naast de ingewikkelde grammatica, de lengte van de woorden - Dominus vobiscum - er ook niet een beetje mee te maken hebben? Quod erat demonstrandum.

Regel van drie?

Stelling: zou taal A, waarvan het gemiddelde woord dubbel zo lang is als van taal B, niet dubbel zoveel energie vergen om te leren? En als dubbel zo moeilijk ervaren worden? Volgens mij zou het best kunnen. Als een universiteitsstudent hier nu eens onderzoek over zou doen? In plaats van de taalvaardigheid van ratten te bestuderen…

Dan nu de meer wetenschappelijke 'bewijzen'. Om te beginnen heb ik lijsten gezocht van de meest gebruikte woorden in het Engels, Frans, Duits en Nederlands. Vervolgens heb ik het aantal meerlettergrepige woorden geteld tussen de 100 meest gebruikte woorden. Hierbij komen we tot de volgende tabel:

Aantal woorden met:

TAAL

één lettergrepen

twee lettergrepen

drie lettergrepen

Duits:

72

27

1

Engels:

95

5

0

Frans:

75

24

1

Nederlands:

86

8

6 (!)

Hieruit kunnen we op het eerste zicht afleiden dat het Engels voor 95% monosyllabisch is, terwijl het Duits (zelfde talengroep als het Engels!) en het Frans dit voor slechts 72, respectievelijk 75% zijn. Het Nederlands zit tussen de twee in, met relatief veel drielettergreepwoorden. (Dit is te verklaren omdat de Nederlandse woordenlijst uit louter spreektaal werd opgesteld, zodat woorden als 'eigenlijk, natuurlijk, …' nogal veel voorkomen. Een andere lijst heb ik helaas niet kunnen terugvinden.)

Een beetje verder gekeken…

Toch ben ik met deze tabel niet tevreden, want om een algemeen beeld te krijgen van een taal, kun je moeilijk op de eerste 100 woorden afgaan. Immers, bij de meest voorkomende woorden hebben we onvermijdelijk de lidwoorden, de voegwoorden en de persoonlijke voornaamwoorden, die in vele talen kleine woordjes zijn.

Laten we daarom de volgende 100 meestgebruikte woorden eens beschouwen, dus de meest gebruikte woorden van de 101e plaats tot de 200e plaats in de rangschikking:

Aantal woorden met:

TAAL

één lettergrepen

twee lettergrepen

drie lettergrepen

vier lettergrepen

Duits:

47

48

4

1

Engels:

85

14

1

0

Frans:

48

41

11

0

Nederlands:

75

24

1

0

We zien nu dat Engels nog voor 85% monosyllabisch blijft, maar het Frans en Duits nog voor slechts minder dan 50%! Het Nederlands blijft tussen de twee inzitten.

Een totaal voor de 200 meest gebruikte woorden is dan: Engels 90% monosyllabisch, Nederlands 80%, Frans en Duits 63%. Er is dus wel degelijk een duidelijk verschil.

Engels als dé wereldtaal?

Het Engels leren spreken zal dus waarschijnlijk wel meevallen. Hoe zit het dan met het talenprobleem in de wereld? Zou dan niet best iedereen ter wereld dit 'eenvoudig', overwegend monosyllabisch taaltje leren?

Jammer genoeg ligt het niet zo simpel. Een beetje Engels spreken is één ding, het juist spreken, en zoals een echte 'NES'-SY (Native English Speaker) is een andere zaak. Trouwens, als je in Europese instellingen wil werken, doet je talenkennis er vaak minder toe dan je afkomst, want daar worden wel degelijk native speakers gevraagd. Daarbij komt dan nog de lastige spelling van het Engels. Dus zo ideaal is deze taal toch niet, tenminste niet als wereldtaal: Frans, Duits en Nederlands zijn in hoge mate fonetisch, maar dat gaat niet op voor het Engels¹.

Veel belangrijker nog is het culturele aspect van een wereldtaal: samen met het Engels wordt ook de Engelse/Amerikaanse cultuur aangeleerd. Hoe leer je anders Engels zonder Hamlet, the Angry Young Men of Dorian Gray?

Hoeveel Nederlandstalige artiesten hebben niet al te kampen met een verdrukking door Engelstalige muziek op de radio en tv? Hetzelfde geldt voor artiesten in Frankrijk, Duitsland, … en dat zijn wellicht niet de enige voorbeelden.

Een kleine vergelijking

Er wordt aangenomen dat men 7.500 tot 10.000 woorden zou moeten kennen om 90 tot 95% van een text of een gesprek te kunnen begrijpen.² ³ De exacte cijfers doen er niet toe; het is de grootte-orde die telt. De cijfers zijn berekend voor het leren van Engels en Nederlands als tweede taal. Voor andere talen zal het ongeveer hetzelfde zijn.

… behalve voor het Esperanto. Het Esperanto heeft 2759 zogenaamde fundamentele woordstammen. Maar naar schatting zouden 1250 woordstammen al voor 95% volstaan voor het gebruik in het dagelijkse leven. Immers, met een 20-tal voor- en achtervoegsels kan men al snel meer dan 10.000 woorden aanmaken. En dit alles gebeurt voor een iets geoefend spreker volledig automatisch, zelfs op een natuurlijke wijze. Als je het zo bekijkt is Esperanto dan ook minstens 5 keer sneller aan te leren dan een andere taal.

Woordsoorten

Dan nu voor de volledigheid nog een woordje over het aantal lettergrepen van Esperanto-woorden. De meeste woorden bestaan sowieso uit twee lettergrepen. Dan kan je je afvragen, als je het eerste deel van deze tekst opnieuw bekijkt, of dit wel beter is dan bijvoorbeeld het Engels. Het antwoord hierop is zonder meer 'ja'. En wel om deze reden: de eenvoudige uitgang van bijna eender welk Esperant-woord geeft meteen ook de woordsoort weer, en tot op zekere hoogte zelfs de grammaticale functie in de zin. Zo weten we dat een woord dat eindigt op –o een zelfstandig naamwoord is in de nominatief; een woord op –e is een bijwoord, –a een bijvoeglijk naamwoord enzovoort. De uitgang –is voor verleden tijd, –as is voor tegenwoordige tijd, –os voor toekomende tijd. (Denk aan gisteren, vandaag morgen.) Het is door deze uitgang dat een gemiddeld woord 2 à 3 lettergrepen heeft.

Een voorbeeld over het belang van de woordsoorten en de grammaticale functie: ik heb een keer enorm veel moeite gehad om de uitdrukking 'to study abroad' duidelijk te maken aan één van mijn studenten Engels in Japan. Hij kon maar niet begrijpen dat 'abroad' niet het lijdend voorwerp was. Voor hem was 'to study abroad' zoiets als 'to study economics' of 'to study a foreign language'. (In het Nederlands kun je dit vergelijken met 'overzees studeren' tegenover 'economie studeren' of 'Frans studeren'.) Met andere woorden, hij kon maar niet begrijpen dat 'abroad' in deze zin een bijwoord was. (Ik kon het ook niet meteen uitleggen in termen van bijwoord enz. omdat ook die voor hem vreemd waren. Het lesgeven gebeurde volgens een niet-grammaticale, directe methode.)

Nog enkele voorbeeldjes: als we in het Nederlands het woordje 'weg' bekijken, zonder context, weten we niet of het over een paadje gaat of over iets dat er niet meer is. Als je dan de zin 'Wij zijn weg.' woord per woord naar het Frans vertaald, zou je wel eens à la Marc Sleen tot de uitdrukking 'Nous sommes chemin(s).' kunnen komen. In het Esperanto is het eerste 'vojo', het tweede 'for'. In het Engels is 'saw' zowel een zaag (segilo) als de verleden tijd van zien: zag (vidis). Het woordje 'drunk' is zowel zatlap (ebriulo) als het bijvoeglijk naamwoord zat (ebria) als het deelwoord gedronken (trinkinta). Zo zijn er nog talloze voorbeelden op te noemen. Dit is ook één van de redenen waarom Esperanto in aanmerking komt om als tussentaal te dienen bij automatische computervertalingen. Lees hierover bijvoorbeeld het artikel 'Esperanto en computervertalingen' van Klaus Schubert (4) (professor in computerlinguïstiek en technische vertaling). http://www.esperanto.be/fel/nl/esym3.php.

En tenslotte, maar niet minst belangrijk: Esperanto is niet volks-gebonden! Als je Esperanto leert, leer je niet meteen een lading eeuwenoude cultuur mee. Toch heeft het Esperanto ook een deel originele literatuur, muziek e.d., maar het is de literatuur, muziek, … van overal ter wereld. Van mensen uit landen van Amerika tot Azië, van Europa tot Afrika. Deze taal heeft dus een internationale cultuur, die een cultuur van verdraagzaamheid, openheid en tolerantie is. En dat kan ook nooit kwaad in deze wereld als je't mij vraagt.

Lode

¹ At least 3500 common words do not follow the 90 basic English spelling patterns. German has only about 800 such words, Spanish 600 and Italian merely 400. That is why Italian spelling can be mastered quickly while learning to spell English takes a long time and is never quite conquered by millions of learners. (http://www.spellingsociety.org/aboutsss/leaflets/whyeng.php)

² Hazenburg & Hulstijn (1996), in a careful study of L2 Dutch university students and their reading needs, demonstrated that a minimum of 10,000 headwords was necessary to understand 90% of the vocabulary needed in university study in Dutch L2, proper names accounting for another 5%. (http://www.lang.ltsn.ac.uk/resources/goodpractice.aspx?resourceid=1420)

³ Although the English language is made up of over one million individual words, 90% of all written and spoken text consists of just 7,500 words. (http://www.macmillandictionary.com/news-duke-edinburgh-award.htm)

4 http://www.esperanto.be/fel/nl/esym3.php

Bronnen:

Lijst Duitse woorden: Projekt Wortschatz - Universität Leipzig: http://german.about.com/library/blwfreq01.htm

Lijst Engelse woorden: gebaseerd op "1000 Most Common Words in English" (Jerry Jones 2001) (geen verdere gegevens gevonden). http://esl.about.com/library/vocabulary/bl1000_list1.htm

Lijst Franse woorden: Ministère de l'Éducation nationale, de l'Enseignement supérieur et de la Recherche http://eduscol.education.fr/index.php?./D0102/liste-mots-frequents.htm

Lijst Nederlandse woorden: Spreektaal. Woordfrequenties in gesproken Nederlands. Redactie Eveline D. de Jong. Uitg. Bohn, Scheltema & Holkema. Utrecht 1979. ISBN 90 313 0359 3