Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek op de Esperanto-webstek

ZAL TECHNOLOGIE EEN EINDE MAKEN AAN DE DOMINANTIE VAN HET ENGELS?

Het onderstaande is gebaseerd op een artikel verschenen op de Chinese officiële nieuwssite CGTN, dus met een korrel (Chinees) zout te nemen. Maar toch interessant feitenmateriaal.





Soms ontstaat een “lingua franca” spontaan, zoals de “originele” lingua franca die gebruikt werd van de elfde tot de negentiende eeuw door handelaars en diplomaten in het gebied rond de Middellandse Zee. Ze was gebaseerd op een vereenvoudigd Italiaans maar ontleende allerlei woorden van landen grenzend aan de Middellandse Zee. Ze werd genoemd naar de ons welbekende Germaanse volksstam.

Maar dikwijls wordt de lingua franca ook van bovenuit opgelegd, hetzij vrijwillig, hetzij onder dwang. Het eerste verwijst bijvoorbeeld naar het standaardgebruik van Italiaans in de opera of Frans in het ballet. Opleggen van een lingua franca onder dwang gebeurt meestal als onderdeel van een militaire campagne of als instrument van onderwerping.

Het gebruik van het Engels als lingua franca in zijn kolonies (net als die van het Frans, Duits, Spaans, Portugees enzovoort) hoort duidelijk in de tweede categorie thuis (nvdv: mijn conclusie). Dat de vroegere Engelse kolonies het Engels zijn blijven gebruiken als lingua franca is de hoofdoorzaak van de huidige dominantie van het Engels wereldwijd.

Volgens Gaston Dorren, polyglot en auteur van verschillende boeken over taal, is het Engels – hoe je het ook bekijkt – “de” dominante taal in de wereld. Behalve zijn “succesvolle” koloniale verleden hebben ook de heel dominante Amerikaanse cultuur, militaire macht, economische macht en de Tweede Wereldoorlog daartoe bijgedragen. Communicatie en transport in een “krimpende” wereld hebben de lingua franca van de wereld nog verstevigd.

JOUW COMPUTER SPREEKT ENGELS

Computertechnologie, tot volle wasdom gekomen in de “Amerikaanse eeuw”, is grotendeels gebaseerd op het Engels en dat geldt ook voor de internetarchitectuur. Gretchen McCulloch [1] schreef in 2019 dat software en socialemediaplatformen nu dikwijls beschikbaar zijn in 30 tot 100 talen. Alleen zijn er 6000 à 7000 gesproken en geschreven talen in de wereld. Om het nog erger te maken: slechts 4 (!) programmeertalen [2] zijn breed beschikbaar in meertalige versies. Zelfs talen met een enorme literaire traditie zoals het Mandarijn, Spaans, Hindi en Arabisch worden nauwelijks gebruikt voor programmeertalen. Met computertechnici, voor het merendeel aan de slag in Groot-Brittannië en de VS, werd Engels de lingua franca van de programmeertalen. Dat heeft niet alleen een effect op de niet-Engelstalige computertechnici maar ook op iedere niet-Engelstalige gebruiker van internet. Hij/zij kan wachten op een versie in zijn eigen taal.

Het feit dat het soms lang kan duren voor je een eigen taalversie krijgt heeft o.a. te maken met het eerste codesysteem voor de schrifttekens (ASCII), dat initieel gebaseerd was op telegramcodes van de Amerikaanse posterijen. Niet zonder reden werd het afgekraakt omdat het geen rekening hield met accenten en diakritische tekens [3]. Hetzelfde gold voor het qwertytoetsenbord, dat zich niet bekommerde om al die zaken en zeker niet om schrifttekens uit vreemde talen. Die toestand heeft lang geduurd. ASCII bleef de standaard tot 2008, wat ook verklaart waarom internetdomeinnamen tot tien jaar geleden beperkt waren tot “Engelse” letters.

“Er is een verschil tussen de status van het Engels en de andere lingua franca’s”, zegt Gaston Dorren. “Het is de eerste keer dat een taal de lingua franca is van de hele wereld.” En in bepaalde opzichten is dit volgens hem niet zo slecht en zeker niet zo ontwrichtend als de idee dat een andere taal de wereld zou domineren (nvdv – dat vraagt een nadere verklaring).

ALFABETTEN

Ons alfabet, het Latijnse, ontstaan uit het Latijn en de Germaanse talen, wordt gebruikt voor de meeste Europese talen en heeft zich nadien over de wereld verspreid. Tegenwoordig wordt dit alfabet gebruikt door zo’n 70 procent van de wereldbevolking. Dit betekent dat toch nog zo’n 30 procent van de wereldbevolking een ander alfabet gebruikt, o.a. voor de helft van de twintig meest gesproken talen.

Een populair bijproduct van die scheiding is “pinyin”, een notatie in het Latijnse alfabet, gebaseerd op de uitspraak van de Chinese karakters, cfr. Beijing. Dit kent nu een opmars door recente technologische ontwikkelingen. Is dit geen zoveelste blijk van de dominantie van het Engels? Niet voor Dorren. Hij twijfelt eraan dat de hele wereld ooit Chinees zal leren en verwelkomt dan ook elke “brug” tussen sprekers van verschillende talen. “Pinyin is om verschillende redenen een goede zaak”, zegt Dorren. “Als het Mandarijn ooit internationaal succesvoller zou worden dan ik nu denk, dan zou pinyin een uitstekende tussenstap zijn.” De vraag is of dit dan geen voortzetting is van de dominantie van het Latijnse – lees westerse – alfabet.

En wat te zeggen van de toetsenbordvrije manier: spraaktechnologie? Studies wijzen uit dat nu al de helft van de opzoekingen op internet gebeurt met spraakinput. Technologie levert in elk geval een bijdrage tot het controleren van gesproken vertaling. Deze bijdrage is zeer nuttig aangezien slechts 40% van de wereldbevolking eentalig is.

DOMEINEN EN TALEN

Ondertussen zijn de niet-Latijnse schrifttekens aan een opmars bezig op internet. “Wie nu nog denkt dat internet allemaal teksten met Latijnse karakters bevat, vergist zich”, zegt Dorren. India, met zijn enorme aantal talen, is een voorloper geweest op het gebied van het terugdringen van de bevoorrechte positie van het Latijnse alfabet in het algemeen en het Engels in het bijzonder. Het hoofd van Twitter in India, Manish Maheshwari, beweert dat nu al 50% van alle tweets in India niet-Engels zijn.

Wat betreft de domeinnamen zijn nu al 152 zgn. “top-level”-domeinen (wat na de punt komt in een domeinnaam, bijvoorbeeld “.com” en “.net”) in niet-Latijnse schrifttekens. Dit is nog maar een veertigste van het totaal, maar het aantal groeit gestaag. Uit een studie blijkt dat dergelijke domeinnamen een impuls geven aan het gebruik van lokale talen op het internet. Misschien zal dit het leven redden van enkele van de 6000 talen die nu bedreigd worden door de dominantie van het Engels. In 2003 stuurde Unesco een aanbeveling de wereld in om online-meertaligheid te promoten. Uit een studie in 2018 van de campagnegroep “Whose Knowledge” komen slechts 7% van de talen aan bod op internet.

Zelfs Facebook ondersteunt “slechts” 100 talen. Daarmee is het wel het meest meertalige socialemediaplatform. In 2020 kondigde het aan dat het kon vertalen tussen elk tweetal van de honderd talen “zonder eerst naar het Engels te vertalen”. Weer een stap verder weg van het anglocentrisme.

VERTALING EN POLARISATIE

Vasco Pedro is CEO van Unbabel, een bedrijf dat machinevertaling combineert met redactie door mensen. “In 1998 was ongeveer 85% van de onlineteksten Engels, in 2018 was dit nog 20% en het lijkt op weg naar 10%.” Het heeft veel te maken met de interactiviteit van het internet. Iedereen plaatst o.a. via sociale media meer en meer zelf op het internet, dus het aantal talen op het internet is min of meer proportioneel aan de talen die mensen wereldwijd spreken.

Pedro erkent het overwicht van het Engels in moderne communicatienetwerken vooral om historische en organische redenen (zie hoger), maar toch ziet hij een toename van de niet-Engelse applicaties, zowel voor de gebruikers als voor de bouwers ervan.

“De impact daarvan kan ongelooflijk zijn. Zodra deze architectuur in het Chinees zou bestaan, zou iedereen die het wil gebruiken, Chinees moeten kennen. Ik meen dat China momenteel op heel wat van die terreinen vooroploopt …/… Uit een ontmoeting met een belangrijke Chinese detailhandelaar vernam ik dat de Engelstalige architectuur voor veel Chinese IT’ers een probleem is, zij hebben onvoldoende kennis van het Engels. Nu zijn we bezig met het creëren van hulpmiddelen in het Mandarijn om software in het Mandarijn te bouwen.”

Maar elke vooruitgang heeft een keerzijde. Hoewel het groeiend aantal talen online onbetwistbaar positief is, vreest Pedro segregatie en een gebrek aan kruisbestuiving. Als je altijd in je taalbubbel blijft, mis je een gamma aan ervaringen die je wel hebt als je af en toe – zoals Pedro – naar een andere bubbel overstapt. “Polarisatie kan daar een van de gevolgen van zijn. Als je alleen maar het nieuws consumeert vanuit een bepaald standpunt, ga je niet snel van dat standpunt afstappen. Als je alles wat je zoekt in je eigen taal kan vinden, zal je minder gestimuleerd worden om in andere talen te zoeken.” (nvdv – Daar heb ik mijn twijfels bij. Een “verstandige” zoeker weet dat elke taal(gemeenschap) een unieke bijdrage levert aan de kennis. Het zal nooit zo zijn dat je alle kennis in slechts één taal vindt.)

DIALECTEN EN IDIOMEN

Pedro en Dorren erkennen dat taal meer is dan een communicatiemiddel maar ook een soort beschermend schild is. Taal is een van de belangrijkste ingrediënten van de identiteit. Als je mijn taal spreekt, en vooral met mijn accent, is er direct een connectie.

“Idiomatische uitdrukkingen, figuurlijk taalgebruik, culturele referenties: al die elementen uit onze dagelijkse taal zullen een heel harde noot zijn om te kraken door vertaalmachines”, zegt Dorren. Zelfs voor iemand zoals ik die al veertig jaar Engels gebruikt bots ik nog op culturele referenties die ik niet doorheb gewoon omdat ik geen Brit ben.

Zelfs tussen sprekers van ogenschijnlijk dezelfde talen groeit het aantal van die kleine verschillen. “Er is totaal geen convergentie naar één Engels”, zegt Pedro. “Neem nu alleen het Britse en Amerikaanse Engels, ik zie ze niet naar elkaar toe groeien.”

Dat voornamelijk orale taalgebruik is een reden waarom Dorren een onderscheid maakt tussen het vertaalpotentieel voor gesproken taal en geschreven taal. Maar hoewel hij vaak verstomd staat bij de kwaliteit van vertaling van geschreven teksten, is hij ook soms verbijsterd over de flaters die de vertaalmachine produceert.

“(De vooruitgang van machinevertaling) gaat trager dan de optimisten verwachten, net zoals voor zelfrijdende auto’s of kernfusie”, zegt hij. “Ik verwacht dat de twee manieren van vertaling (mens/machine) heel geleidelijk naar elkaar toe zullen groeien tot je uiteindelijk het verschil niet meer zal zien.”

Maar zelfs als een vertaalmachine deze stap zou zetten, zal het nog altijd niet in real time zijn vanwege de verschillen in structuur van de talen. “Werkwoorden die in het Duits veelal op het einde komen, staan in Engelse zinnen dikwijls aan het begin. De vertaalmachine moet dus wachten tot het einde van de zin om de vertaling te starten.”

Een beetje daarmee in tegenspraak zegt Pedro: “Als we spreken over een implantaat in de hersenen dat je mogelijkheden vergroot op een niet-biologische manier, hebben we toch een grote sprong gemaakt.” Miljoenen mensen hebben nu een cochleair implantaat [4], dat hen toelaat om te horen als nooit voordien. …/… We zijn niet ver meer verwijderd van de mogelijkheid om wat je zegt direct om te zetten in gesproken taal. Spraakherkenning is eenvoudiger – er zijn enkel klanken en daarnaast is er datgene wat je hebt gezegd en dat is het.”

Maar we moeten voorzichtig zijn met wat we verlangen. “Het daadwerkelijk opheffen van alle communicatiehandicaps tussen rassen en culturen, heeft meer en bloediger oorlogen veroorzaakt dan ooit in de geschiedenis van de schepping.” (nvdv – Daar durf ik aan te twijfelen. Migraties kunnen inderdaad fricties veroorzaken, maar een betere communicatie tussen culturen lijkt me toch alleen maar voordelen te hebben.)

Met al die vertaaltechnologie, is er dan geen gevaar dat we allemaal monoglotten worden? “Op middellange termijn zal je nog voor lange tijd de taal van je ouders leren en wellicht een andere taal – tenzij Engels of Chinees voor een hegemonie zorgen. Uit het oogpunt van ontwikkeling van de hersenen is het goed om andere talen te leren.”

Voor Dorren hangt het af van je behoeften. “Velen zullen geen talen meer leren omdat ze maar een beperkte kennis van een vreemde taal nodig hebben voor het doel dat ze willen bereiken. “Een autoverhuurder is Griekenland bijvoorbeeld moet niet in staat zijn om Shakespeare te lezen.”

Pedro formuleert hetzelfde omgekeerd. “Misschien hoef ik een taal niet meer uit noodzaak te leren, maar ik wil ze wel leren als een teken van kennis. …/… Elke smartphone kan tegenwoordig een schaakkampioen verslaan, maar toch zijn er meer dan ooit mensen die leren schaken.”

China Global Television Network, 26 december 2020

(samenvatting & commentaar: Piet Glorieux)

[1] Because Internet: Understanding the New Rules of Language – Gretchen McCulloch.

[2] Programmeertaal – Een taal waarin computerprogramma`s worden geschreven en die gebruikmaakt van woorden uit een natuurlijke taal, i.c. meestal Engelse woorden.

[3] Diakritisch teken – Een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak, bijvoorbeeld het “hoedje” in het Esperanto.

[4] Cochleair implantaat - Een elektronisch implantaat dat geluid omzet in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in de cochlea (of slakkenhuis) direct stimuleren.

Laatste aanpassing van deze bladzijde: 10-12-2021